verbo transitivo
(algemeen) arranjar, arrumar
de boeken in volgorde schikken
pôr os livros em ordem alfabética
verbo pronominal
1.
(zich plaatsen op doelmatige wijze) adaptar-se
zich om een tafel schikken
acomodar-se em torno de uma mesa
2.
(berusten, zich conformeren) conformar-se
hij schikt zich in alles
ele conforma-se com tudo
zich in het onvermijdelijke schikken
entregar-se ao inevitável
zich naar iemand schikken
adaptar-se a alguém
zich niet in zijn lot schikken
não se resignar
verbo intransitivo
(gelegen komen) convir
als het u schikt, kom dan morgen
se puder, venha amanhã
hoe laat schikt het u?
a que horas é melhor para o senhor?
Partilhar
Como referenciar 
schikken – no Dicionário infopédia de Neerlandês - Português [em linha]. Porto Editora. Disponível em https://www.infopedia.ptdicionarios/neerlandes-portugues/schikken [visualizado em 2026-06-21 15:26:57].