aclamar

a.cla.mar
ɐklɐˈmar
verbo transitivo
toejuichen, applaudisseren, uitroepen, begroeten;
proclameren;
verkiezen (bij acclamatie);
plechtig verzekeren, betuigen
verbo intransitivo
instemmend;
toejuichen
aclamar-se
verbo pronominal
zich uitroepen tot;
zich opwerpen als
ANAGRAMAS
Porto Editora – aclamar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-04 05:36:38]. Disponível em