favoritos
ar.ran.jar separador fonéticaɐʀɐ̃ˈʒar

conjugação

verbo transitivo
voor elkaar krijgen, regelen, schikken;
verkrijgen;
repareren;
opsmukken, aankleden, versieren;
(iets voor iemand) in orde brengen, op informele wijze regelen, ritselen;
op de hals halen, opdoen, oplopen;
MÚSICA arrangeren
arranjar-se
verbo pronominal
slagen (in het leven), een goed leven hebben;
een goede levenspartner hebben;
een betrekking vinden;
zich er doorheen slaan;
trouwen
arranjar com
met iemand tot overeenstemming komen
arranjar sem
het zonder iets kunnen
Partilhar
  • partilhar whatsapp
Como referenciar
Porto Editora – arranjar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2024-05-22 02:31:18]. Disponível em

Provérbios

  • Não arranjes lenha para te queimares.
palavras parecidas
Artigos
ver+
Partilhar
  • partilhar whatsapp
Como referenciar
Porto Editora – arranjar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2024-05-22 02:31:18]. Disponível em