arrebentar

ar.re.ben.tar
ɐʀəbẽˈtar
verbo transitivo
met geweld breken;
doen ontploffen
verbo intransitivo
ontploffen;
breken (van golven);
uitbarsten, uitbreken;
in stukken vallen;
spruiten, uitschieten, loten vormen;
ontspringen
Porto Editora – arrebentar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-08 22:04:30]. Disponível em