encabeçar

en.ca.be.çar
ẽkɐbəˈsar
verbo transitivo
aanvoeren, leiden, dirigeren;
leider zijn van;
beginnen, aanvangen, starten;
openen, van een titel voorzien (van een geschrift);
een stuk aanzetten;
(kous) aanbreien;
hoofdelijk verdelen, omslaan;
overtuigen, het hoofd ompraten
Porto Editora – encabeçar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-04 11:20:50]. Disponível em