entender

en.ten.der
ẽtẽˈder
verbo transitivo
verstaan, begrijpen, vatten, snappen;
verstand hebben van;
ervaring hebben met;
afleiden uit, aannemen;
geloven, menen, denken;
de intentie hebben, willen;
horen, verstaan
verbo intransitivo
verstaan, begrijpen, geschiktheid hebben voor
entender de
iets ervan begrijpen
bevoegd zijn voor
entender de lagares de azeite, entender da poda
zijn zaak verstaan, begrijpen
entender em
eraan denken om
zich bezighouden met
dar a entender
te verstaan geven, aanduiden
dar que entender
te denken geven
fazer-se entender
zich duidelijk uitspreken
duidelijke taal spreken
nome masculino
mening;
oordeel
no meu entender
naar mijn mening
entender-se
verbo pronominal
zich met elkaar verstaan;
't eens worden;
weten wat men doet
entender com
met (iemand) overleg plegen of het eens zijn
eu cá me entendo
ik weet waaraan ik toe ben of wat ik te doen heb
Porto Editora – entender no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-02 10:49:16]. Disponível em

OUTROS EXEMPLOS DE USO

Os seguintes exemplos foram recolhidos da Base Terminológica da União Europeia (IATE) e não representam a opinião dos editores da infopedia.pt.
UNIÃO EUROPEIA, DIREITO
exposição em que o interveniente declare as razões por que entende que os pedidos de uma das partes deveriam ser deferidos ou indeferidos, no todo ou em parte
conclusies van de interveniënt,strekkende tot gehele of gedeeltelijke ondersteuning of verwerping van de conclusies van een van de partijen