espantar

es.pan.tar
(i)ʃpɐ̃ˈtar
verbo transitivo
verschrikken, angst aanjagen, ontzetten;
op de vlucht drijven, wegjagen;
verrassen, verwonderen
verbo intransitivo
verbazing wekken;
bewondering afdwingen
espantar-se
verbo pronominal
zich verwonderen, zich verbazen
Porto Editora – espantar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-11-30 09:25:39]. Disponível em