lograr

lo.grar
luˈɡrar
verbo transitivo
bereiken, erin slagen, met moeite verkrijgen;
opbrengen, winst maken;
genieten, bezitten;
benutten;
beetnemen, bedriegen
verbo intransitivo
werken, resultaat hebben
lograr-se
verbo pronominal
zich ten nutte maken;
plezier hebben van
Porto Editora – lograr no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2022-01-23 07:22:17]. Disponível em