louvar

lou.var
lo(w)ˈvar
verbo transitivo
loven, prijzen, roemen;
goedkeuren;
taxeren, schatten
louvar-se
verbo pronominal
zich beroemen op;
iemands mening tot eigen maken;
op iemands opvatting steunen;
DIREITO iemand als zijn deskundige, als zijn taxateur aanwijzen
Porto Editora – louvar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-04 17:15:39]. Disponível em