pungir

pun.gir
pũˈʒir
verbo transitivo
steken, prikken;
aanzetten tot, opstoken;
kwellen, doen lijden;
beginnen door te komen, beginnen te groeien (baard);
beginnen op te komen, uit te schieten (plant)
Porto Editora – pungir no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2022-01-25 03:16:18]. Disponível em