aftroggelen
iemand
alvermogend
het alvermogende
bijeenbrengen
bulken
hij bulkt van het
circulatie
deposito
je
ontvreemden
opslobberen
...enorme sommen
overdadig
overdadig
plenty
hij heeft plenty tijd en
ruilmiddel
samenbrengen
schooien
hij schooit om
schrapen
snoeven
op zijn
spaarbank
spenderen
veel
strooien
de palha
verkwanselen
zijn
verkwisten
zijn
vermorsen
verroken
zij verrookt veel te veel
vertimmeren
veel
vleet
hij heeft
weggooien
dat is weggegooid
wegsmijten
zijn
woeker
zodra
zodra ik