empinar

em.pi.nar
ẽpiˈnar
verbo transitivo
overeind zetten, oprichten;
doen stijgen;
(vlieger) oplaten;
rechtzetten;
(glas) ledigen
empinar-se
verbo pronominal
zich, oprichten;
zich uitstrekken;
steigeren (paard);
opklimmen;
figurado dik doen, een hoge borst opzetten
Porto Editora – empinar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-03 02:24:27]. Disponível em