imaginar

i.ma.gi.nar
imɐʒiˈnar
verbo transitivo
zich voorstellen, zich verbeelden;
veronderstellen, menen;
herinneren
verbo intransitivo
zich voorstellen;
fantaseren
imagine!
stel je voor!
imaginar-se
verbo pronominal
zich inbeelden;
zich indenken
Porto Editora – imaginar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2022-01-21 23:14:34]. Disponível em