aandoen
doe je
aanhouden
de
afhelpen
mag ik u van uw
behoorlijk
die
duiken
hij is in een
gekleed
een geklede
herstellen
een
hijsen
iemand in een
hinderen
...zijn lange
intussen
...nog zonder
iemand aan zijn
kraag
de kraag van zijn
loden
een loden
losdoen
doe maar gauw je
misstaan
die
naaien
een knoop aan een
neerslaan
de kraag van zijn
opengooien
zijn
openhalen
...heb mijn
scheur
een scheur in zijn
sleets
een sleetse plek in een
slijten
die
slip
een
suède
een suède
tornen
je
uitspreiden
een
uittrekken
zijn
verdrinken
hij verdrinkt in die
verschieten
zijn
wriemelen
hij zat maar aan zijn