aanleunen
zich (iets)
achterwege
achterwege
admiraalsvlag
de admiraalsvlag
afdruipen
een schotel
afweten
het
annonceren
zich
bepraten
zich
bijknippen
zijn haar
blauwblauw
iets (maar) blauwblauw
karretje
zich voor iemands karretje
hij kan het roken niet
misleiden
zich door de schijn
ompraten
zich
onbetuigd
zich niet onbetuigd
ongemoeid
iemand ongemoeid
Pinksteren
Pinksteren en Pasen
renteloos
geld niet renteloos
repareren
een klok
ringeloren
zich
sollen
(niet) met zich
sudderen
iets gaar
vereeuwigen
zich
verkommeren
een kind
verleiden
zich door mooie beloften
verstek
verstek
vervoeren
zich door woede
vollopen
een bad
watergolven
zij heeft haar haar
wegslepen
een auto (
werf
een schip van de werf