afpijnigen
ik pijnigde mij af
afstapje
denk
befaamd
befaamd
bewonderen
iemand bewonderen
deels
deels
dobber
een harde dobber hebben (
dreinen
dreinen
gezondheidsredenen
godswil
harentwille
hoekje
het hoekje
krans
de krans
kwijlen
mijnentwil(le)
waar gaat het
rouwig
ergens niet rouwig
samenwerken
samenwerken
schooien
hij schooit
seinen
stroop
stroop (
tendens
de algemene tendens
toestemming
iemand toestemming geven
touwtrekken
het touwtrekken
tureluurs
het is
uitdagen
...een wedstrijd
verlegen
ergens
voorbestemmen
voorbestemd zijn
zeep
zoenen
dat is