Alguns resultados com a palavra taak no dicionário de Neerlandês - Português
afwerken
een opgedragen
bekwaam
hij is niet bekwaam voor die
belasten
iemand met een
berekend
hij is berekend voor zijn
danken
ik dank voor die zware
enorm
de enorme omvang van een
enthousiasme
zich met enthousiasme op een