desinchar

de.sin.char
dəzĩˈʃar
verbo transitivo
het gezwel doen verminderen;
(fig) de trots doen buigen van, vernederen;
(ballon) laten leeglopen
verbo intransitivo
minder gezwollen worden;
figurado bescheiden worden, zijn verwaandheid verliezen
Porto Editora – desinchar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2022-01-24 20:00:33]. Disponível em