encarar

en.ca.rar
ẽkɐˈrar
verbo transitivo
strak aankijken, fixeren;
trotseren, tegemoet treden;
zonder vrees onder ogen zien;
beschouwen, analyseren
encarar de frente
figurado moedig tegemoet treden
(moeilijkheden) moedig aanpakken, doortastend oplossen
verbo intransitivo
tegen het lijf lopen;
iemand recht aankijken
encarar-se
verbo pronominal
ontmoeten;
van aangezicht tot aangezicht staan
Porto Editora – encarar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-11-30 21:10:09]. Disponível em