bebloed
zijn
bedrukt
een bedrukt
besnijden
een fijn besneden
blinken
zijn
bolrond
een bolrond
bête
een bête
donderwolk
hij heeft een
doodernstig
met een doodernstig
dat is geen
gladscheren
een gladgeschoren
hoekig
een hoekig
litteken
zijn
nors
een nors
olijk
een olijk
oorwurm
een
plamuur
een laag plamuur op het
plenzen
water in zijn
poederen
zich (het
sip
een sip
sproet
sproeten in het
stuurs
een stuurs
sympathiek
een sympathiek
uitgestreken
...een uitgestreken
verheffend
dat was geen verheffend
verkrampt
een verkrampt
verminking
...in het
verongelijkt
een verongelijkt
verslagen
verslagen
verweerd
een verweerd
voorover
met het