Alguns resultados com a palavra pak no dicionário de Neerlandês - Português
aanmeten
zich een
aanpakken
flink
een flink
geducht
een geducht
godsgenadig
een godsgenadig
hier
hier,
jeuken
...hem een
laken
dat is van hetzelfde laken een
meepakken
morsen
je morst op je
motgaatje
in dit
ongenadig
...een ongenadig
onthalen
iemand op een
ontlasten
mag ik u van dat
oplopen
een
ouderwets
een ouderwets
de prijs staat op het
rammel
een
ransel
een
sjorren
zij sjorde het