aanpakken
hij
Abraham
hij
allang
ik
behelpen
hij
beredderen
hij
betekenen
hij
bezighouden
...hij
bliksems
je
boeiend
hij
boon
ik ben een boon als ik het
dorp
het hele dorp
galant
hij
gedragen
die jongen
maathouden
hij
mosterd
hij
mouw
hij
omspringen
ze
raad
hij
schild
...ik
snars
hij
soms
men
stopwoord
‘
verzeilen
wie
waardoor
ik
wanten
hij
ergens geen
weten
conhecimento
wie
ik
wijten
hij