desandar

de.san.dar
dəzɐ̃ˈdar
verbo transitivo
achteruit doen gaan;
doen teruglopen;
losdraaien (van schroef);
zich niet kunnen inhouden, zich laten gaan, uitbarsten in
verbo intransitivo
terugkeren, rechtsomkeer maken;
verslechteren;
Brasil coloquial diarree hebben
desandar a roda da fortuna
omslaan, plotseling een keer nemen (lot, geluk)
Porto Editora – desandar no Dicionário infopédia de Português - Neerlandês [em linha]. Porto: Porto Editora. [consult. 2021-12-05 20:24:04]. Disponível em