afbreken
een tak van de
afschudden
appels van de
afsnijden
een tak van een
aftappen
hars aftappen van een
afzagen
een tak van een
blad
als een blad aan de
als een blad aan een
dikte
de dikte van een
enten
een geënte
hol
caverna
inhakken
een
insnijden
de bast van een
kerven
zij kerfden hun naam in de
klauteren
in een
klimmen
in een
knallen
hij is op een
krassen
zijn naam in een
omdraaien
omdraaien als een blad (aan een
omkeren
omkeren als een blad (aan een
omslaan
als een blad aan de
omvertrekken
de
plank
een
ring
de ringen van een
rukken
hij rukte een tak van de
schuilen
voor de regen schuilen onder een
spiegelen
de
statig
een statige
top
de top van een
verongelukken
de auto verongelukte tegen een