Alguns resultados com a palavra stoel no dicionário de Neerlandês - Português
achteroverleunen
met z'n
afleggen
leg de boeken van de
arm
de arm van een
averechts
averechts op een
boer
geef die boer een
gammel
een gammele
gedraaid
een
gemakkelijk
een gemakkelijke
horen
die
leeg
een lege
lui
gente
nagelen
hij zat op zijn
neerploffen
in zijn
ongemakkelijk
een ongemakkelijke
ploffen
in een
poten
iemand in een
rijden
zit niet zo op die
rollen
van de
schrijlings
schrijlings op zijn
schuiven
een