Alguns resultados com a palavra toon no dicionário de Neerlandês - Português
aanleren
een aangeleerde
aanslaan
een andere
afzwakken
de scherpe
bevriezen
zijn
bitter
een bittere
deftig
deftige
dwepen
een dwepende
gedwongen
...gedwongen vriendelijke
geheimzinnig
…sprak hij op geheimzinnige
geraakt
hij antwoordde op geraakte
goedhartig
op goedhartige
huilerig
...een huilerige
klagerig
op klagerige
liefkozend
op liefkozende
luchthartig
een luchthartige
luchtig
een luchtige
profetisch
op profetische
ruzieachtig
op ruzieachtige
sloom
op slome
snijdend
op snijdende