Alguns resultados com a palavra water no dicionário de Neerlandês - Português
afgolven
het
afsluiting
de afsluiting van het
afvoer
de afvoer van het
binnenkrijgen
commies
commiezen te
doorlaten
deze stof laat geen
emmer
een emmer koud
geklets
geklets met
inspuiten
het
keilen
steentjes over het
kliederen
met
omspoelen
het
oppompen
opsnuiven
pardoes
hij sprong pardoes in het
plens
...een plens
plenzen
plons
plons! daar viel de steen in het
sijpelen
het
sprenkelen