aflezen
de
afreageren
zijn
aftekenen
...de
bedwingen
zijn
beteugelen
zijn
climax
zijn
hoogst
zijn
koken
zij kookte van
machteloos
machteloze
onbedwingbaar
een onbedwingbare
onderdrukken
zijn
ongeremd
ongeremde uitbarstingen van
opkroppen
zijn
paars
hij loopt paars aan van
ploffen
van
redeloos
redeloze
snuiven
snuivend van
stampen
stampen van
uitbarsting
een uitbarsting van
uitgieten
zijn
uitschreeuwen
het uitschreeuwen van
vel
(van
verbeten
met verbeten
verbijten
zij stond zich te verbijten van
vergeten
hij vergat zich in zijn
vervoeren
zich door
wit
branco
buiten zichzelf van
explosão de fúria